Nieuws | 2010 | Januari

Print dit artikel E-mail dit artikel Opslaan als PDF

Met grof geweld

Als een werknemer zorgverlof probeert af te dwingen met een honkbalknuppel, wordt hij de laan uitgestuurd. De werkgever besluit een maandslaris in te houden bij wijze van schadevergoeding. Vindt de kantonrechter dit fair?

Werknemer is al lange tijd in dienst bij werkgever als productiemedewerker wanneer hij in de eerste helft van 2007 om zorgverlof vraagt. Reden is dat zijn twee thuiswonende kinderen wegens een ziekte veel hulp en intensieve verzorging nodig hebben.

In juni 2007 ontstaat er tussen de werknemer en zijn leidinggevende een verschil van inzicht naar aanleiding van het zorgverlof dat de werknemer heeft aangevraagd. Daarbij heeft de werknemer gedreigd zijn leidinggevende een dwarslaesie te schoppen en heeft hij gezegd hem met zijn vrienden van de motorclub kapot te gaan maken.

De werknemer is naar huis gestuurd en later is hem telefonisch door de advocaat van werkgever ontslag op staande voet gegeven. Daarnaast heeft de werkgever aangifte gedaan van de bedreigingen van de werknemer.

De werknemer is dusdanig oververhit geraakt door het gesprek met de advocaat, dat hij naar het bedrijf van zijn werkgever is teruggegaan. Daar heeft hij woedend en dreigend om zich heen gezwaaid met een honkbalknuppel. Dit is gebeurd in het bijzijn van een groep werknemers.

De politie is opgetrommeld en heeft de werknemer met vijf man overmeesterd en afgevoerd. De politierechter veroordeelt de werknemer voor onder meer bedreiging van zware mishandeling.

Eind juni 2007 is er naar aanleiding van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst een eindafrekening opgemaakt waarbij werkgever één bruto maandsalaris heeft ingehouden als schadevergoeding. De werknemer is kort na het ontslag elders aan het werk gegaan tegen een lager salaris.

De werknemer start een procedure voor kennelijk onredelijk ontslag waarbij hij schadevergoeding vordert wegens kennelijke onredelijkheid van het ontslag. De werkgever is van mening dat de reden van het ontslag een dringende reden is in de zin van de wet en dit ontslag dan ook niet kennelijk onredelijk is.

In weerwil van het feit dat het gedrag van de werknemer totaal onaanvaardbaar is, dient toch ook te worden bezien of de werkgever misschien had moeten besluiten om de werknemer een financiële tegemoetkoming toe te kennen gezien de gevolgen van het ontslag, zeker gezien de zeer lastige thuissituatie waarin de werknemer verkeert met de intensieve zorg voor zijn kinderen.

Aangezien de werknemer met zijn gedrag op zeer ernstige wijze het gezag van de werkgever heeft ondermijnd - niet in de laatste plaats aangezien hij zijn bedreigingen heeft geuit ten overstaan van een groep werknemers - meent de kantonrechter dat er voor de werkgever geen andere weg openstond dan de werknemer niet langer toe te laten tot het bedrijf. De lange en goede staat van dienst brengen daar volgens de kantonrechter geen verandering in.

Ten aanzien van de vergoeding oordeelt de kantonrechter dat het ontslag zonder opzegtermijn terecht is gegeven maar dat de voor werknemer grote financiële gevolgen toch kennelijk onredelijk zijn. De kantonrechter kent de werknemer om die reden een vergoeding toe van drie maandsalarissen.

Copyright (c) 2010 Het Financieele Dagblad

beter is een dochteronderneming van ABN AMRO Bank N.V.

Founder van Kids rights Algemene voorwaarden Disclaimer
Sitemap